Wij
zijn een kleine groep ouders van drugsverslaafden die het bestaan hebben
ontdekt van twee - van oorsprong Italiaanse - Rooms-katholieke woon- en
werkgemeeschappen waar drugsverslaafden, ook uit Nederland, kunnen worden
opgenomen.
Deze
beide gemeenschappen hebben een voor Nederlandse begrippen zeer hoog
slagingspercentage, nl. om en nabij de 80%. Dat bewijst dus dat het wel
degelijk mogelijk is om helemaal van een ernstige drugsverslaving af te
komen.
Ontstaan
van de Initiatiefgroep "Francasa"
Op 18
november 1999 organiseerden twee vrouwen, allebei moeder van een
drugsverslaafde, in Heemskerk een
voorlichtingsavond over de "Comunità Cenacolo", een zeer succesvolleItaliaanse Rooms-katholieke organisatie
waar drugsverslaafden een nieuw, drugsvrij leven kunnen opbouwen. De
avondwerd bezocht door een
veertigtal drugsgebruikers, familie van drugsgebruikers en andere
betrokkenen uit het hele land. De "Comunità Cenacolo" was tot dan toe in
Nederland slechts bekend bij een enkeling.
De
behoefte aan meer en betere ontwenningsmogelijkheden bleek nijpend onder
de bezoekers. Een klein aantal van hen besloot, samen met deinitiatiefneemsters van de avond,
meer informatie in te winnen over dit buitenlandse 'afkickcentrum'
en die informatie bekend te maken aan zoveel mogelijk drugsverslaafden en
aan hun familie.
Het
drugspastoraat in Amsterdam bood zijn steun aan en wist te bewerkstelligen
dat de kleine groep werd ontvangen door de bisschop van Rotterdam, die
zich zeer betrokken toonde en zijn steun toezegde.
Zo
konden wij op 7 april 2000 de Initiatiefgroep "Francasa"
oprichten.
Sinds de oprichting zijn wij bezig een structurele samenwerking op
te bouwen met twee Italiaanse gemeenschappen: de Comunità Cenacolo en de
inmiddels door een van de ouders ontdekte en ook uiterst succesvolle
Comunità Papa Giovanni XXIII, beide op rooms-katholieke grondslag.
Belangrijke factoren voor het succes van deze communiteiten zijn
o.a. een liefdevolle omgeving, de spiritualiteit en sociale omhulling
vanuit de rooms-katholieke geloofsbeleving, een lange afkickperiode (twee
tot drie jaar, in ieder geval zo lang als nodig is) en een intensieve
voorbereiding op terugkeer in de maatschappij. Beide instellingen hebben
ook vestigingen buiten Italië.